31087 - publicatiedatum 09/03/2022 - gemeenteraad 7 maart 2022 - Financiën - belastingen - belastingreglement op het afleveren van administratieve stukken - herneming na opmerkingen voogdijoverheid




Er was de beslissing van de gemeenteraad van 20 december 2021 inzake het belasting- en retributiereglement 2022, meer specifiek het onderdeel "B1. Belasting op het afleveren van administratieve stukken";

Dit besluit geeft aanleiding gegeven tot een aantal opmerkingen waarvoor een aanpassing van het belastingreglement op het afleveren van administratieve stukken nodig is:

1. M.b.t. tot artikel 3, §2 en artikel 4, §3: het identiteitsbewijs voor vreemde kinderen onder 12 jaar: Er geldt een maximumprijs voor het identiteitsbewijs voor vreemde kinderen onder 12 jaar. De maximumprijs die gemeenten kunnen vragen is 2 euro. Er wordt hiervoor verwezen naar artikel 10 van het KB van 10 december 1996 betreffende de verschillende identiteitsdocumenten voor kinderen onder de twaalf jaar.

2. M.b.t. artikel 4, §1, 2 en 4: de elektronische identiteitskaarten voor Belgen, de elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar en de elektronische verblijfsdocumenten afgeleverd aan de vreemdelingen die legaal op het grondgebied van het Rijk verblijven:
Een aantal tarieven die vermeld worden in het belastingreglement lagen onder de minimum kostprijs die door de FOD Binnenlandse Zaken wordt voorgesteld.

Daarnaast is er artikel 2, §1, van de wet van 14 maart 1968 tot opheffing van de wetten betreffende de verblijfbelasting voor vreemdelingen, gecoördineerd op 12 oktober 1953 waaruit blijkt dat de vergoeding bestemd voor de dekking van de administratieve kosten van de gemeente die de gemeente vraagt bovenop de kostprijs aangerekend door de FOD Binnenlandse Zaken, gelijk dient te zijn aan deze die wordt gevorderd van Belgische onderdanen voor het afleveren van identiteitskaarten. De federale kostprijs van een aantal elektronische verblijfsdocumenten voor vreemdelingen is echter hoger dan de federale kostprijs van de elektronische identiteitskaarten voor Belgen. Hier dient aldus rekening mee gehouden te worden.

Er zijn aldus de opmerkingen vanwege het agentschap binnenlands bestuur omtrent de kostprijs van de administratieve stukken;

Er is de omzendbrief van 7 januari 2022 omtrent het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten en -documenten vanaf 1 januari 2022;

Er is artikel 2, §1, van de wet van 14 maart 1968 tot opheffing van de wetten betreffende de verblijfbelasting voor vreemdelingen, gecoördineerd op 12 oktober 1953 waaruit blijkt dat de vergoeding bestemd voor de dekking van de administratieve kosten van de gemeente die de gemeente vraagt bovenop de kostprijs aangerekend door de FOD Binnenlandse Zaken, gelijk dient te zijn aan deze die wordt gevorderd van Belgische onderdanen voor het afleveren van identiteitskaarten.

Gelet op bovenstaande, wordt overgegaan tot herneming van het onderdeel "B1. Belastingreglement op het afleveren van administratieve stukken" van het gemeentelijk belasting- en retributiereglement 2022 zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van Jabbeke op 20 december 2021.

Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om over te gaan tot de aanpassing van het reglement als volgt:

“Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

Gelet op het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

Gelet op de omzendbrief KB ABB 2019/2 van 15 februari 2019, betreffende de gemeentefiscaliteit;

Overwegende dat de wet of het decreet voor het afleveren van bepaalde administratieve stukken reglementaire aanslagvoeten heeft vastgelegd.

Overwegende dat daarnaast de gemeente autonoom aanslagvoeten kan bepalen voor het afleveren van administratieve stukken.

Overwegende dat het afleveren van sommige administratieve stukken belangrijke kosten met zich meebrengt.

Gelet op artikel 288 van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten.

Gelet op de financiële toestand van de gemeente.

Na beraadslaging,

BESLUIT:

Artikel 1:
Er wordt voor het aanslagjaar 2022 een belasting geheven op het afleveren van de in artikel 3 vermelde administratieve stukken. Deze belasting is verschuldigd onverminderd de door de wet of decreet vastgelegde belasting ten behoeve van de federale staat, de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaams(e) gewest.

Artikel 2:
Deze belasting is verschuldigd door de personen of instellingen aan wie deze stukken, op verzoek of ambtshalve, worden uitgereikt.

Artikel 3:
De belasting is verschuldigd bij het afleveren van volgende stukken:
§1 elektronische identiteitskaarten;
§2 attest van immatriculatie, identiteitskaart voor vreemdelingen en verblijfskaart van onderdaan van een lidstaat van de Europese gemeenschappen, hierna vreemdelingenkaarten genoemd;
§3 elektronische verblijfsdocumenten voor vreemdelingen
§4 paspoorten
§5 voorlopig en definitief rijbewijs, internationaal rijbewijs

Artikel 4:
Het bedrag van de belasting wordt als volgt vastgesteld:
§1 17 euro voor de in artikel 3 §1 vermelde elektronische identiteitskaarten; 102 euro voor de spoedprocedure; 134,40 euro voor de spoedprocedure met gecentraliseerde levering bij de FOD Binnenlandse Zaken
§2 7 euro voor de in artikel 3 §1 vermelde elektronische identiteitskaarten voor kinderen jonger dan 12 jaar; 92 euro voor de spoedprocedure voor Belgische kinderen onder 12 jaar; 124,70 euro voor de spoedprocedure met gecentraliseerde levering bij de FOD Binnenlandse Zaken voor Belgische kinderen onder 12 jaar
§3 5 euro voor de in artikel 3 §2 vermelde vreemdelingenkaarten; 2 euro voor de in artikel 3 §2 vermelde vreemdelingenkaarten voor kinderen onder 12 jaar; 5 euro voor het in artikel 3 §2 vermelde attest van immatriculatie;
§4 17,50 euro voor de in artikel 3 §3 vermelde elektronische verblijfsdocument voor vreemdelingen; 102 euro voor de spoedprocedure voor elektronische verblijfsdocument voor vreemdelingen
§5 65 euro voor de in artikel 3 §4 vermelde paspoorten en 240 euro voor de spoedprocedure voor het bekomen van paspoorten
§6 35 euro voor de in artikel 3 §4 vermelde paspoorten voor minderjarigen 18, 210 euro voor de spoedprocedure voor het bekomen van paspoorten voor minderjarigen
§7 20 euro voor de in artikel 3 §5 voorlopig en definitief rijbewijs, 16 euro voor het internationaal rijbewijs

Artikel 5:
De belasting wordt contant geïnd bij de aflevering van het administratieve stuk. Bij gebrek aan contante betaling wordt de belasting een kohierbelasting.

Artikel 6:
De belasting wordt ingevorderd met toepassing van de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen.

Artikel 7:
Deze beslissing wordt aan de toezichthoudende overheid overgemaakt.”

(laatst gewijzigd:9-3-2022)