28607 - 09/05/2019 - OCMW-raad 6 mei 2019 - Interne zaken - raad voor maatschappelijk welzijn - BCSD - presentiegelden - kostenvergoedingen - legislatuur 2019-2024




Op basis van het ontwerp van besluit voor de presentiegelden en kostenvergoedingen van de gemeenteraad, wordt het volgend ontwerp voorgelegd voor voorlegging aan de raad voor maatschappelijk welzijn:I

"A. Presentiegelden

Van toepassing zijn artikel 17, 73 en 107 DLB.

De raadsleden ontvangen geen wedde, maar zij ontvangen presentiegelden als zij deelnemen aan de zittingen van de raad voor maatschappelijk welzijn of aan de vergaderingen van het bijzonder comité voor de sociale dienst (BCSD).

Het bepalen van het bedrag van het presentiegeld behoort tot de autonomie van de raad voor maatschappelijk welzijn. De raad voor maatschappelijk welzijn kan het bedrag vastleggen maar mag daarbij het maximumbedrag, dat gelijk is aan het presentiegeld voor het gemeenteraadslid, niet overschrijden.

Er wordt overwogen dat het statuut van het OCMW/BCSD-raadslid slechts een beperkte vergoeding heeft en dat de zitpenning dan de volledige inspanning van het raadslid dekt (studiewerk, partijpolitieke vergaderingen en voorbereidingen).

Er wordt voorgesteld om de maximale zitpenning, thans geïndexeerd 213,32 euro, toe te kennen bij aanwezigheid in de raad voor maatschappelijk welzijn of het bijzonder comité voor sociale dienst.

De voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn en de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst, voor zover geen lid van het vast bureau, ontvangt een dubbel presentiegeld voor de vergaderingen van de raad voor maatschappelijk welzijn of van het bijzonder comité voor de sociale dienst die hij voorzit.

BESLUIT:

Artikel 1:
Aan de raadsleden wordt met ingang van 1 januari 2019 een geïndexeerd presentiegeld toegekend: - zittingen raad voor maatschappelijk welzijn: het maximum toegelaten bedrag, geïndexeerd. - zittingen bijzonder comité voor de sociale dienst: het maximum toegelaten bedrag, geïndexeerd. - De voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn en de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst, voor zover geen lid van het vast bureau, ontvangt dubbel presentiegeld voor de vergaderingen van de raad voor maatschappelijk welzijn of van het bijzonder comité voor de sociale dienst, die hij voorzit.

Artikel 2:
Er wordt beslist om de presentiegelden per trimester uit te betalen

B. Kostenvergoedingen

Van toepassing zijn de artikelen 17 en 149 e.v. DLB en de artikelen 34 en 35 van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 houdende de bezoldigingsregeling van de lokale mandataris.

Gelet op de bepalingen van het besluit van de Vlaamse regering houdende de bezoldigingsregeling van de lokale en provinciale mandataris, dd. 5 juni 2009 en in het bijzonder Titel V - art. 34 en 35.

Art. 35. §1. Besluit van de Vlaamse Regering houdende het statuut van de lokale mandataris Alleen kosten die verband houden met de uitoefening van het mandaat en die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van het mandaat, kunnen worden terugbetaald. De kosten, vermeld in het eerste lid, worden gestaafd met bewijsstukken. §2. De algemeen directeur beoordeelt of de kosten voldoen aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1 en aan de voorwaarden, vermeld in het huishoudelijk reglement. §3. Jaarlijks wordt een overzicht gemaakt van de terugbetaling van de kosten van de mandatarissen. Dat document is openbaar.

Aan de raad voor maatschappelijk welzijn wordt volgend reglement voorgelegd voor de terugbetaling van de specifieke kosten die verband houden met de uitoefening van het mandaat:

“(1) Gebruik van het gemeentehuis.
De raadsleden van de RMW en BCSD hebben in het ‘gemeentehuis’ toegang tot telefoon en internet, en kunnen kopieën bekomen van OCMW bestuursdocumenten.

Bij de dienst secretarie of in een daartoe voorbehouden lokaal in het gemeentehuis kunnen zij alle bestuursdocumenten inzien.

(2) Vorming en studiedagen
Raadsleden kunnen de kosten van studiedagen of vormingscursussen terugbetaald krijgen van het gemeentebestuur, voor zover deze cycli of studiedagen noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun mandaat. Deze kosten moeten worden verantwoord met bewijsstukken.

De kosten mogen niet buitensporig zijn. Ze betreffen in principe enkel vormingscycli of studiedagen in het binnenland. Er worden geen kosten vergoed voor het behalen van bijkomende diploma’s.

De studiedagen of vormingscyclussen kunnen plaatsvinden vanaf datum van de gemeenteraadsverkiezingen voorafgaand aan de legislatuur maar worden aan nieuw verkozen raadsleden slechts terugbetaald op voorwaarde en nadat zij effectief zetelen in de nieuw samengestelde gemeenteraad.

De relevantie en de kostprijs van de vorming worden vooraf beoordeeld door de algemeen directeur. De raadsleden leggen de voorgenomen vorming vooraf ter beoordeling voor aan de algemeen directeur tenzij het aanbod voor de vorming uitgaat van de algemeen directeur.

(3) Verplaatsingen
Raadsleden kunnen de kosten vergoed worden voor verplaatsingen buiten de gemeente met het eigen voertuig, inbegrepen aangekochte parkeertickets en betaalde tolgelden na voorlegging van de bewijsstukken. Het betreft verplaatsingen die gemaakt zijn in functie van het mandaat en die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het mandaat. Zij dienen daartoe een op erewoord ondertekend formulier in met vermelding van de plaats van vertrek, de plaats van bestemming, de plaats van terugkomst, de afgelegde afstand, het doel van de verplaatsing en de datum van de verplaatsing.
Kosten voor gebruik van andere dan individuele vervoermiddelen voor verplaatsingen buiten de gemeente worden terugbetaald na voorlegging van de reistickets of betalingsbewijzen.
Raadsleden kunnen bovendien de kosten vergoed worden voor verplaatsingen binnen de gemeente met het eigen voertuig en dit na voorlegging van de bewijsstukken. Het betreft verplaatsingen die gemaakt zijn in functie van het mandaat van raadslid en die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het mandaat. Zij dienen daartoe een op erewoord ondertekend formulier in met vermelding van de plaats van vertrek, de plaats van bestemming, de plaats van terugkomst, de afgelegde afstand, het doel van de verplaatsing en de datum van de verplaatsing.
De kosten voor gebruik van andere dan individuele vervoermiddelen voor verplaatsingen binnen de gemeente worden terugbetaald na voorlegging van de reistickets of betalingsbewijzen. Voor verplaatsingen per wagen en per fiets gelden de gangbare kilometervergoedingen zoals van toepassing bij het gemeentepersoneel.

Op hun verzoek kunnen de raadsleden met betrekking tot één persoonlijk voertuig toetreden tot de omniumverzekering die is afgesloten voor de dienstverplaatsingen. Deze verzekering geldt enkel voor de ambtelijke verplaatsingen van BCSD-raadsleden, ten laste van het OCMW budget.

(4) Kantoorkosten.
ICT-kosten en eenmalige kosten van publicaties en kantoormateriaal die verband houden met de uitoefening van het mandaat en die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van het mandaat, kunnen worden terugbetaald aan de raadsleden. Van deze mogelijkheid op kostenvergoeding dient indien nodig eerst gebruik gemaakt te worden voor de realisatie van een voor de vlotte bestuurscommunicatie noodzakelijke breedbandaansluiting. Deze kosten moeten worden verantwoord met bewijsstukken.

(5) Verzekering.
Het gemeentebestuur sluit een gemeenschappelijke ongevallenverzekering en een verzekering ’burgerlijke aansprakelijkheid’ af voor raadsleden, ten laste van het gemeentelijk budget.
De raadsleden kunnen mits betaling van de premie toetreden tot de hospitalisatieverzekering die het gemeentebestuur heeft afgesloten.

(6) De terugbetaling van de specifieke kosten die verband houden met de uitoefening van het mandaat wordt over het geheel beperkt tot een maximum van 1000 euro, inbegrepen de kostenvergoedingen als raadslid van gemeente, OCMW en BCSD.

(7) Aanvraag en uitbetaling, openbaarheid.
Alle aanvragen voor vergoedingen moeten, samen met de nodige bewijsstukken, ingediend worden bij de algemeen directeur ten laatste 3 maanden nadat het kalenderjaar verstreken is waarin de activiteit of het feit dat aanleiding heeft tot kosten plaats vond. Daarna vervalt definitief de mogelijkheid om een aanvraag in te dienen voor de terugbetaling van kosten gemaakt in het voorbije kalenderjaar.
De algemeen directeur zorgt voor de opname van de terugbetalingen in het jaarlijks register dat openbaar is.”

2.specifieke kosten die verband houden met de uitoefening van het ambt van Voorzitter BCSD, toegevoegd aan het schepencollege.

(1) Algemeen
De bepalingen omtrent vergoedingen en de uitbetaling en openbaarheid ervan voor raadsleden zijn van overeenkomstige toepassing voor Voorzitter BCSD, toegevoegd aan het schepencollege, tenzij hierna anders bepaald wordt.
(2) De terugbetaling van de specifieke kosten die verband houden met de uitoefening van het ambt van voor Voorzitter BCSD, toegevoegd aan het schepencollege, worden over het geheel beperkt tot een maximum van 2000 euro.

BESLUIT:

Enig artikel:
De OCMW-raad verleent goedkeuring voor het reglement voor de presentiegelden en kosten vergoedingen voor de legislatuur 2019-2024.

(laatst gewijzigd:9-5-2019)