Wonen > Ruimtelijke ordening > Leegstand / verkrotting

Leegstand / verwaarlozing




In Vlaanderen verkeren heel wat woningen en gebouwen in slechte staat door langdurige leegstand of verwaarlozing. Vaak ook zijn ze niet langer geschikt voor bewoning of zelfs volledig onbewoonbaar. Om te voorkomen dat dergelijke woningen en gebouwen verloren zouden gaan voor de woningmarkt, houdt de Vlaamse overheid een inventaris bij van deze panden. De eigenaars van dergelijke panden worden belast met een heffing. Zo wil de Vlaamse overheid hen ertoe aanzetten deze panden weer beschikbaar te maken voor bewoning en storende leegstand en verwaarlozing ongedaan maken.

LEEGSTAND


Een woning staat leeg als ze een jaar lang niet bewoond is. Leegstand van een woning wordt vastgesteld met een technisch verslag, waarin men strafpunten toekent op basis van bepaalde indicatoren. Vanaf 8 strafpunten wordt de woning als leegstaand aanzien.

Een gebouw staat leeg als gedurende een jaar meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet gebruikt is. Een gebouw wordt beoordeeld met een beschrijvend verslag (zonder strafpunten), waarin alle argumenten worden opgesomd waarom dat gebouw als leegstaand wordt beschouwd.

Als een pand als leegstaand wordt geïnventariseerd, zullen de houders van het zakelijk recht op het pand een heffing moeten betalen. Eerst hebben ze wel voldoende tijd om aan de leegstand een einde te maken. Zodra het pand drie jaar op de inventaris staat, moet er jaarlijks betaald worden tot het pand uit de inventaris wordt geschrapt. Bovendien komen de woningen die op de inventaris staan in aanmerking voor het recht van voorkoop.

De eigenaar moet zelf om een schrapping uit de inventaris vragen. Hiervoor moet hij bewijzen dat de woning al zes maanden weer bewoond is, of het gebouw al zes maanden voor meer dan de helft van de oppervlakte wordt gebruikt.

VERWAARLOZING


Gebouwen en woningen die ernstige storende uiterlijke tekenen van verval vertonen, kunnen als verwaarloosd geïnventariseerd worden. De verwaarlozing van een pand wordt vastgesteld aan de hand van een technisch verslag. Op basis van de gebreken die worden vastgesteld, krijgt het pand een bepaald aantal strafpunten. Zodra het pand 18 strafpunten of meer heeft, wordt het als verwaarloosd beschouwd.

Als een pand als verwaarloosd wordt geïnventariseerd, zullen de houders van het zakelijk recht van het pand een heffing moeten betalen. Eerst krijgen ze wel een jaar de tijd om de gebreken te herstellen en zo de verwaarlozing ongedaan te maken. Zodra het pand een jaar op de inventaris staat, moet er jaarlijks betaald worden tot het pand uit de inventaris geschrapt is. Bovendien komen de woningen die op de inventaris staan in aanmerking voor het recht van voorkoop.

Om geschrapt te worden uit de inventaris, moet de eigenaar zelf een verzoek tot schrapping richten aan de inventarisbeheerder. Hij moet dan kunnen bewijzen dat de gebreken aan het pand zijn weggewerkt.

VASTSTELLING


Vaststelling van leegstand of verwaarlozing kan, hetzij door de gemeente zelf, die hiertoe gemachtigd wordt door een convenant, hetzij door het Vlaamse gewest. Deze vaststellingen worden geformaliseerd in een administratieve akte, die wordt opgemaakt door de bevoegde administratie (hetzij de gemeente, hetzij de ROHM-afdeling in de provincie), en die de redenen van de beslissing vermeldt. De eigenaar kan binnen de maand bezwaar uiten bij de administratieve eenheid die de akte heeft opgemaakt. Voordien krijgt hij evenwel vier maanden tijd om de verwaarlozing ongedaan te maken.

BEDRIJFSGEBOUWEN GROTER DAN 5 ARE


Voor leegstaande en verwaarsloosde bedrijfsruimten groter dan 5 are heeft de Vlaamse regering een afzonderlijke regelgeving uitgewerkt: het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.